Follow by Email

woensdag 20 september 2017

AWD - augustus deel 3

Parnassia is een betrekkelijk schaars voorkomend bloemetje dat in duingebieden groeit.
De laatste jaren komt het steeds meer voor in het gebied waar ik ze voor het eerst aantrof.
Ik vind het echter niet zo makkelijk om er aansprekende platen van te maken.
De eerste twee zijn eigenlijk tamelijk vertrouwde, wat minder spannende platen.
Hier heb ik het accent op de omhoog staande blaadjes gelegd, waardoor het al minder registrerend is geworden.
Over deze ben ik het meest tevreden, hoewel ik mij realiseer dat het nog veel beter kan.
Dat is mij dit jaar niet gelukt.

Naast parnassia laat ik een aantal vertrouwde bewoners van de Waterleidingduinen zien, 
helaas zonder reeën die ik geen enkele keer ben tegengekomen.
Als je vroeg opstaat kan je verwend worden met mooi licht.
Deze ochtend was het nog mistig, waarbij de opkomende zon er wel voor zorgde dat die snel optrok.
Een plaat van een damhert is niet zo bijzonder voor regelmatige bezoekers van het duingebied.
Deze vond ik wel wat hebben omdat er nog de laatste resten van de bast van zijn bastgewei aan een van de stangen hingen.
Jonge futen blijken ook wat groente bij hun vis te lusten. 
De rechter jonge fuut bood zijn kleine broertje of zusje een flink stuk aan .
Als één van de ouders een baars gevangen heeft en die komt aanbieden, vergeten de jonge futen hun groentehapje snel.
Zo'n visje wegkrijgen kost nog behoorlijk wat moeite.
De baars viel een keer in het water, maar werd door de zorgzame ouder snel weer gegrepen.
De kleine kreeg een nieuwe kans.
Ook al viel het niet mee, ook al keek zij mij bij wijze van spreken vragend om hulp aan, de vis werd wel verslonden.
Dit tweetal hield zich totaal niet met eten bezig.
Ze deden hun naam eer aan en zaten bewegingsloos op een boom (tak).
Bij de wat grotere boomkikkers is dit overdag de favoriete actie, als ze niet gestoord worden.
Een derde zat er een stukje achter, maar paste niet mooi op de foto.
Een piepklein kikkertje verschool zich als het ware achter een blad, net alsof het verstoppertje aan het spelen was.
Een ander ukkie had een plekje gevonden tussen de pitrus stengels, die onvermijdelijk veel in beeld kwamen.
Dat is nu eenmaal hun woonomgeving.
Ze houden van hangen, .......
...... de omgeving observeren, ............
........ klauteren, .........
...... en van de zon genieten op een varenblad.
Ik heb ze inmiddels ook in duindoorns gezien, maar dat heeft nog niet de beelden opgeleverd die ik graag wil.
Deze houding is heel karakteristiek, want vanaf heel klein zijn ze er al goed in.
Volwassen boomkikkers heb ik dit jaar maar een enkele keer gezien.
Een zandhagedis liet zien dat hij een goede klimmer is, want hij had er geen enkele moeite mee om in een boompje te klimmen en een zonnige plek te zoeken op een stevige tak.
Het was een mooi exemplaar dat nog behoorlijk groen gekleurd was.
Hij vond mijn aanwezigheid prima en bleef lekker liggen.
Volstrekt onverwacht kwam ik een vosje tegen.
Het was zelf ook verrast want het pootje, waarmee het achter zijn oor aan het krabben was, bleef even roerloos in de lucht hangen.
 Hij liep naar de oever van het nabij gelegen kanaal om te drinken en stak vervolgens een bruggetje over.
Ik volgde hem voorzichtig op afstand.
In het bos aan de overkant ging hij op jacht.
De kleine reageerde op alle geluidjes en geurtjes, maar nauwelijks op die van mij.
Hier ritselde ongetwijfeld iets tussen het gras.
Het leverde niets op, ook al snuffelde hij grondig tussen het gras en bij de resten van de boom.
Een ander geluidje trok zijn aandacht, maar het leverde opnieuw niets op.
Dan maar even pauze.
Jammer, het jagen leverde helaas geen spectaculaire sprongen op.
Even later begon hij opnieuw.
De kop schuin naar rechts, dan weer naar links.
Het herhaalde zich een aantal malen, maar helaas met hetzelfde resultaat.
Het zat niet mee, in ieder geval niet gedurende de tijd dat ik hem kon volgen.
Op een zeker moment zag ik nog een tweede vosje dat van mijn aanwezigheid niets wilde weten, maar waardoor ik wel even afgeleid werd.
Toen waren er plotseling twee vosjes verdwenen.




woensdag 13 september 2017

Madagaskar - slangen

In Madagaskar zijn slangen geen zeldzaamheid.
Tot mijn grote plezier hebben we er een behoorlijk aantal gezien, waaronder enkele indrukwekkende exemplaren. 
Geen van alle zijn ze giftig. Dat geeft een rustig gevoel als je erbij in de buurt bent.

Ik ben begonnen met een Madagaskar boomboa (Sanzinia madagascariensis).
Op weg naar een nationaal park moesten we op een landweggetje  stoppen omdat deze flinke knaap van bijna 2 m over de weg kronkelde.
Iedereen natuurlijk de auto's uit om hem van tamelijk dichtbij te bekijken.
Een 400 mm lens is in zo'n geval wel handig.
De twee uiteinden van de onderzoekende tong zijn net zichtbaar.
Erg onrustig was hij niet want al gauw koos hij op zijn gemak zijn weg naar de berm en gleed zo uit het zicht de begroeiing in.
Hoe anders was het met deze indrukwekkende slang.
Het is opnieuw een Madagaskar boomboa, hoewel dat bij dit licht niet makkelijk te zien was.
Grote contrasten tussen het felle zonlicht en de donkere schaduwplekken maakten het lastig om behoorlijke platen te maken.
Wat een indrukwekkend beest was het!
De diameter van zijn lijf moet zo'n 20-25 cm geweest zijn.
Hij bewoog nauwelijks, alleen met zijn kop volgde hij af en toe iemand die in zijn buurt bewoog.
Hij bleef rustig op de tak, die ongeveer 2 m boven de grond hing, liggen.
Wie zou hem wat kunnen of durven doen?
Een brown brook snake (Pseudoxyrhopus microps) is van een heel ander kaliber.
Met een diameter die vergelijkbaar is met die van een tuinslang en een lengte van zo'n 60 cm gleed hij over de bladeren. 
Plotseling kwam zijn voorlijf een stuk omhoog en maakte hij een sprong voorwaarts.
Heel verrassend en tegelijk spectaculair.
Zo krijg je direct een beeld van de manier waarop hij een prooi grijpt.
Onze gids ging tijdens een trekking op zoek naar schorpioenen.
Die vond hij niet, maar wel dit mini slangetje.
Waarschijnlijk was het een Madagascar forest snake.
Een paar maten groter was deze Madagaskar haakneusslang (Leioheterodon madagascariensis).
Deze foto is met een smartphone gemaakt.
Met mijn eigen camera zijn de kleuren anders.
In een kleine plantage lag hij tussen de bladeren op de grond en kronkelde pas weg toen hij vond dat er teveel belangstelling voor hem was.
Dat gidsen soms ook niet goed weten hoe de slangen heten bleek wel toen onze gids zei dat het een "golden viper" was. 
Het was beslist geen adder (want die komen op Madagaskar niet voor) en de kleur deed ook niet denken aan goud.
Als laatste soort laat ik hier Madagaskar hondskopboa's (Sanzinia madagascariensiszien.
Ook al is de naam anders dan de eerste slang die ik heb laten zien, de Latijnse naam is hetzelfde.
Er worden dus twee verschillende namen gebruikt voor dezelfde slang. die tot de meest algemene van Madagaskar behoort.
Er bestaan weliswaar twee ondersoorten maar ik heb niet de pretentie de verschillen daartussen te herkennen.
We hebben ze in ieder geval op totaal verschillende plaatsen gezien.
De eerste twee zagen we in twee verschillende nationale parken in het noorden, de laatste in een park ten oosten van de hoofdstad Antananarivo.
Ik vond het geweldig om ze van tamelijk dichtbij te kunnen zien en fotograferen.



woensdag 6 september 2017

AWD - augustus 2017 deel 2

Augustus was een maand die nogal veel te bieden had.
Zo zijn de vlinders al in deel 1 aan de beurt geweest en is er na deze editie nog genoeg over voor een deel 3 en zelfs een deel 4.
In deel 4 krijgen de kopergroene bekerzwammetjes, die ik in de eerste helft van augustus gevonden heb, een eigen aflevering.

Ik ben deel 2 begonnen met een pluimvoetbij (mannetje).
Terwijl ik bezig was met het fotograferen van icarusblauwtjes bleek deze schoonheid er vlakbij op een pitrus stengel te zitten.
Vanzelfsprekend zoek je dan een mooie compositie door om de stengel heen te lopen.
Het was een hele uitzoekerij, die af en toe voor niets bleek te zijn omdat de bij zo nodig weer anders moest gaan zitten.
Dat hoort erbij.
Een azuurjuffer was vast komen te zitten aan draden van een spinnenweb.
Hij tolde rond in de hoop los te raken.
Hij deed flink zijn best en tot mijn verrassing lukte het hem om te ontsnappen.
Een andere juffer had het slechter getroffen.
Dit bedauwde pakketje behoorde bij de voorraad van de daar wonende spin.
Op een vroege morgen was alles nog bedekt met dauw.
Deze steenrode heidelibel was daardoor al op een afstand te herkennen.
Toen de zon achter de wolken tevoorschijn kwam werden de kleuren onmiddellijk anders, zoals ook bij het volgende beeld goed te zien is.

Als laatste nog een beeld van deze libel van de andere kant.
Door de stijgende temperatuur was een deel van de dauwdruppels al verdampt.
Hier moest ik goed kijken om te zien wat er aan de stengel hing.
Volgens mij heeft een spitskopje dit omhulsel achtergelaten toen hij de wijde wereld introk.
Vanuit een andere positie krijg je er deze kijk op.
De naderende herfst kondigt zich aan.
Spinnen worden groter en vallen daardoor meer op.
Volgens mij is dit een heidewielwebspin.
Op een ander moment zag ik een soortgenoot langs een stengel omhoog kruipen.
Hoe dit spinnetje heet weet ik niet.
Op dit beeld lijkt het een flinke jongen, maar door het gebruik van een macrolens kan die indruk al snel ontstaan.
Natuurlijk mogen tijgerspinnen niet ontbreken.
Ik zou er eenvoudig een blogbericht mee kunnen vullen, maar ik beperk mij tot dit ene exemplaar.
Een gebiedje waar ze vorig jaar veel voorkwamen is in het najaar gemaaid.
Alle cocons die er aan en tussen stengels hingen zijn met het gemaaide gewas verdwenen.
Ik heb op die plek dit jaar niet één tijgerspin gezien.
Ook op andere plaatsen viel het aantal mij tegen.
Bovendien heb ik tot nu toe slechts één cocon gevonden.
Zwammen en paddenstoelen vielen in augustus steeds meer op.
Tere hazenpootjes stonden meestal alleen, bijvoorbeeld een beetje verloren naast varens zoals bij dit zwammetje.
Een soortgelijk zwammetje wortelde op een stuk hout dat aan het vergaan was .
Door het hout wat te verplaatsen kon ik de compositie vinden die ik wilde hebben.
Op een bepaald plekje in het duingebied groeiden deze zwammetjes onopvallend, ondanks hun opvallende kleur.
Ze komen meestal nauwelijks boven het grondoppervlak en dan worden ze vrijwel altijd omringd door hoger gras.
Gelukkig zijn er ook grotere exemplaren.
Ik ga er ieder jaar even kijken in de hoop dat ze er weer zijn en er ook nog mooi bij staan.
Maar hoe heten ze?
Dit drietal is mooier gekleurd en groeide bij het andere drietal in de buurt.
Zijn het scharlaken wasplaatjes of veenmosvuurzwammetjes?
Voor de kenners zal het niet moeilijk zijn om deze te determineren denk ik.
Ik ga nog steeds voor het scharlaken wasplaatje.
Frisse nachten, spinnen, paddenstoelen en dauw.
Ze maken duidelijk dat de zomer op zijn eind loopt.
Dit kleine pluizenbolletje was helemaal met druppeltjes bedekt,
 in tegenstelling tot de kleine gele bloemetjes waaruit de pluizenbol ontstaan is. 
Met deze variant sluit ik deel 2 af.
In deel 3 laat ik o.a parnassia, vosjes en boomkikkers zien.

Bedankt voor alle bezoeken aan mijn blog en in het bijzonder voor de reacties.